Atma

Home    Terug  Links  & Literatuur

 

Atman (Sanskriet)

Bron: G. de Purucker - Een handboek van oosterse en theosofische termen

De wortel van Atman is nauwelijks bekend; de oorsprong ervan is onzeker, maar de algemene betekenis is die van zelf. Het hoogste deel van de mens - het Zelf; zuiver bewustzijn per sé. De wezenlijke en fundamentele kracht of het vermogen in de mens dat hem, en in feite ieder ander wezen of ding, het besef of bewustzijn geeft een Zelf te zijn. Het is niet de ego.
Dit beginsel (Atman) is universeel; maar tijdens de incarnatie nemen de lagere delen ervan de eigenschappen aan, omdat het verbonden is met buddhi, zoals buddhi is verbonden met manas, zoals manas is verbonden met kama, en zo verder omlaag langs de schaal.
Atman wordt soms ook voor het universele Zelf of de universele Geest gebruikt, waarvan in Sanskrietgeschriften de naam Brahman (onzijdig) wordt gegeven, en Brahman of de universele Geest wordt ook Paramatman genoemd.
De mens is door drie beginselen in de hem omringende kosmos geworteld, waarvan moeilijk kan worden gezegd dat ze boven het eerste of Atman staan, maar die eigenlijk de hoogste en meest verheven delen van datzelfde Atman zijn.
De meest innerlijke schakel met het Onuitsprekelijke werd in het oude India met de term ZELF aangeduid, die vaak verkeerd is vertaald met 'Ziel'. Het Sanskrietwoord is Atman, en slaat in de psychologie op de menselijke entiteit. Het boveneinde van de schakel, bij wijze van spreken, werd Paramatman genoemd, of 'Boven-Zelf', d.w.z. het permanente ZELF - woorden, die voor hen die deze prachtige filosofie hebben bestudeerd, op korte en bondige wijze iets beschrijven van de aard en de essentie van het wezen dat de mens is en van de bron waaruit hij in de beginloze en eindloze Duur is voortgesproten. Als kind van hemel en aarde liggen beide in hem besloten.
We zeggen dat het Atman universeel is en dat is ook zo. Het is het universele Zelf, dat gevoel of bewustzijn van het zelf dat in alle menselijke wezens en zelfs in alle lagere wezens van de hiërarchie, ja zelfs in die van het dierenrijk beneden ons, hetzelfde is, dat vaag waarneembaar is in de plantenwereld en dat zelfs in de mineralen latent aanwezig is. Het is het zuivere kennen, de abstracte idee van het ZELF. Het vertoont in de gehele hiërarchie geen verschillen, behalve in graad van zelfbesef. Hoewel het universeel is, behoort het (voor zover het ons in ons huidige evolutiestadium betreft) tot het vierde kosmische gebied, al is het ons zevende beginsel van onderaf geteld.

Naar boven ••>

 

De Monade

Bron: Helena P Blavatsky: De geheime Leer I, par. 171..175 - Boek II, par. 303  (Zie ook boek I: Par. 235 - 243; boek II: Par. 109...)

Wat de monaden betreft vragen wij de lezer te bedenken dat de oosterse filosofie het westerse theologische dogma van een nieuwgeschapen ziel  voor elke baby die wordt geboren verwerpt, want dat is čn onfilosofisch čn onmogelijk, bij de manier van werken van de Natuur. Er moet in elke nieuwe manvantara een beperkt aantal monaden zijn, die zich tot steeds grotere volmaaktheid ontwikkelen, doordat zij achtereenvolgens veel verschillende persoonlijkheden in zich opnemen. Dit is volstrekt noodzakelijk met het oog op de leringen over wedergeboorte, karma en de geleidelijke terugkeer van de menselijke monade naar haar bron - de absolute godheid. Hoewel dus de menigten van meer of minder gevorderde monaden bijna ontelbaar zijn, zijn ze toch eindig, zoals alles in dit Heelal van differentiatie en eindigheid.

Er is gezegd dat Karma-Nemesis, met haar dienares de Natuur, alles op heel harmonische manier regelde; en dat dus het binnenstromen of de aankomst van nieuwe monaden had opgehouden zodra de mensheid haar volledige lichamelijke ontwikkeling had bereikt. Sinds het midden van het Atlantische Ras zijn er geen nieuwe monaden geďncarneerd.... Vandaar de bewering dat velen van ons nu de gevolgen uitwerken van de slechte karmische oorzaken die door ons in Atlantische lichamen in het leven werden geroepen.

Metafysisch gesproken is het natuurlijk absurd te spreken over de 'ontwikkeling' van een monade, of te zeggen dat zij 'mens' wordt. Het spreekt vanzelf dat een monade noch vorderingen kan maken, noch zich kan ontwikkelen, of zelfs kan worden beďnvloed door de veranderingen van de toestanden die zij doormaakt. Zij is niet van deze wereld of dit gebied, en kan alleen worden vergeleken met een onvernietigbare ster van goddelijk licht en vuur, die op onze aarde is neergeworpen als een reddingsplank voor de persoonlijkheden waarin zij woont. Het is de zaak van de laatstgenoemden om er zich aan vast te klampen en, door deel te hebben aan haar goddelijke natuur, onsterfelijkheid te verkrijgen.

 

Links & literatuur

Links

Boeken & On-line geschriften