De Drie Geestelijke feesten

Home    Terug  Links  & Literatuur

 

Drie Geestelijke feesten

Ieder jaar zijn er drie voornaamste feesten, geconcentreerd in drie opeenvolgende maanden en dus voerend tot een langdurige geestelijke inspanning, waardoor de rest van het jaar beïnvloed zal worden.

 

Bron: Alice Bailey - Wederkomst van de Christus

  1. Het Paasfeest. Dit is het feest van de opgestane, levende Christus, de Leraar der mensen het Hoofd der Geestelijke Hiërarchie. Hij is de uitdrukking van de liefde Gods. Op deze dag zal de geestelijke Hiërarchie, die door hem wordt geleid en gevoerd, erkend worden en zal er speciale nadruk worden gelegd op de aard van liefde van God. Dit feest wordt altijd bepaald door de datum van de eerste volle maan in de lente en is het grote Westerse en Christelijke feest.

  2. Het Wesakfeest. Dit is het feest van de Boeddha, de geestelijke bemiddelaar tussen het hoogste geestelijk centrum, Shamballa en de Hiërarchie. De Boeddha is de uitdrukking van de wijsheid van God, de belichaming van Licht en degene die het goddelijk doel bekend maakt. Dit feest wordt jaarlijks vastgesteld in verband met de volle maan van mei. Het is het grote Oosterse feest.
    Een feest dat plaatsgrijpt in de Himalaya’s. Men zegt dat de Boeddha op dit feest, waarbij alle leden van de Hiërarchie aanwezig zijn, gedurende korte tijd zijn contact en de band met het werk van onze planeet hernieuwt. De Boeddha maakt geen deel meer uit van de Hiërarchie, maar heeft er wel een relatie mee. Elk jaar tijdens het Wesak-feest daalt hij af tot vlakbij de aarde en brengt hij de energie van Schamballa mee, die voor het komende jaar in de wereld wordt verspreid.
    De krachten van ‘verlichting’ zijn tijdens het Wesakfeest actief. Zij kunnen diegenen bereiken en versterken die hun naasten liefhebben en dienen. Deze energie brengt Liefde-Wijsheid over, waar de Boeddha en de Christus de twee meest buitengewone uitdrukkingen van zijn. De krachten van verlichting initiëren de nieuwe wereldopvoeding. De eersten die erdoor worden beïnvloed zijn de grote opvoedkundige bewegingen, de volksvertegenwoordigingen in alle landen en de waarden die kunnen worden ontplooid door middel van de massamediacommunicatie, m.n. de pers, de uitgevers van wereldliteratuur, sprekers, schrijvers, reporters, journalisten, internetwerkers. Ook de sociale werkers kunnen beïnvloed worden. Op deze wijze wordt de publieke opinie opgevoed. Deze groepen zijn de ontvangers van de energieën van verlichting wanneer zij tenminste de nieuwe opkomende ideeën erkennen. Dan kunnen zij deze krachten kanaliseren en richten om overal de massa te beïnvloeden.
    Dit jaar valt Wesak op 15 mei 2003.
    Op de dag van volle maan in mei vieren Theravada-boeddhisten overal te wereld het Wesak-feest, en herdenken ze de geboorte, de verlichting en de dood van de Boeddha. Het is de vrolijkste dag van het jaar. Iedereen gaat naar de tempel en versiert zijn huis met lantaarns en bloemen. In de straten zijn optochten en speciale ceremoniën. De kinderen begroeten hun ouders op Wesak-dag met bloemen. Ook sturen ze hun vrienden Wesak-kaarten. Beelden van Boeddha worden versiert met lichtjes om zijn verlichting te vieren, en gelovigen lopen er met lampen of aangestoken kaarsen omheen.

  3. Het feest van goede wil. Dit zal het feest zijn van de geest der mensheid strevend naar God, zoekend tot overeenstemming met de wil van God te geraken en zich opgedragen hebbend aan het tot uiting brengen van juiste menselijke verhoudingen. Dit feest wordt jaarlijks vastgesteld in verband met de volle maan van juni. Het zal de dag zijn waarop de geestelijke en goddelijke aard van het mensdom zal erkend worden.
    Op dit feest heeft sedert 2000 jaar de Christus de mensheid vertegenwoordigd en heeft voor de Hiërarchie gestaan en in zicht van Schamballa als de God-mens, de leider van zijn volk en "de eerstgeborene onder vele broeders" (Rom VIII, 29)... Dit zal dus een feest van diepe aanroep en van diep beroep zijn, van een fundamentele aspiratie naar kameraadschap, van menselijke en geestelijke eenheid, en het zal de uitwerking vertegenwoordigen, die het werk van de Boeddha en de Christus heeft in het menselijk bewustzijn.
    Bron: Alice Bailey - Wederkomst van de Christus

 

Het Wesak gebeuren in de valei: Mythe, droom of werkelijkheid

Bron: Alice A. Bailey

In de uitlopers van de Himalaya-Tibet bergketen ligt op vrij grote hoogte een vallei, rondom door bergen omringd, met uitzondering aan de noordoostzijde waar in de bergketen een nauwe opening is. De vallei heeft daardoor de vorm van een fles, met de hals van de fles gericht naar het noordoosten en tamelijk wijd uitlopend richting zuiden. Dicht bij de hals van de fles aan het noordelijke einde bevindt zich een platte rots. Er zijn geen bomen of struiken te vinden in de vallei die begroeid is met een soort grof gras, doch de berghellingen zijn daarentegen geheel begroeid met bomen.

Ten tijde van de volle maan in mei stromen daar bedevaartgangers uit alle omstreken samen. Heilige mannen en lama’s vinden hun weg naar de vallei en vullen met hun aanwezigheid het zuidelijke en middengedeelte op, daarbij het noordoostelijke deel betrekkelijk vrij latend. Daar, zo zegt de legende, verzamelt zich die groep van grote wezens, die de bewaarders zijn op aarde van Gods Plan voor onze planeet en de mensheid. (nvdr.: wat wij kennen onder de naam van ‘de Hiërarchie’) Ze zijn de grote intuïtieven en de grote broeders van onze meer moderne wijze van voorstellen en zij zijn het aggregaat van de volmaakte mensheid die in Christus voetstappen zijn getreden en voor ons tot achter de sluier zijn doorgedrongen, ons een voorbeeld stellend om te doen zoals zij hebben gedaan. Zij staan met hun wijsheid, liefde en kennis als een beschermend schild rondom de mensheid en trachten ons stap voor stap verder te leiden, zoals ook zij in hun tijd werden geleid, vanuit de duisternis naar het licht, van het onwerkelijke naar het werkelijke en vanuit de dood naar de onsterfelijkheid.

Deze groep kenners van de goddelijkheid zijn de voornaamste deelnemers aan het Wesak feest. Zij stellen zich in concentrische kringen (overeenkomstig hun graad en status van inwijding) op, aan de noordoostelijke zijde van de vallei en maken zich gereed voor een grote daad van dienstbetoon.

Voor de rots staan, met het gezicht gericht naar het noordoosten, die wezens die door hun discipelen “de Drie Grote Heren” worden genoemd. Dit zijn “De Christus” die in het midden staat, “de Manoe” die aan zijn rechterzijde staat en de “Heer van Beschaving” die aan zijn linkerzijde staat. Zij staan met het gelaat naar de rots, waarop een grote kristallen schaal staat, gevuld met water.

Achter de groepen van meesters, adepten, ingewijden en oudere werkers in Gods’ Plan vindt men de werelddiscipelen en aspiranten in hun verschillende graden en groepen (of “in het lichaam” of “buiten het lichaam” om de woorden van Paulus aan te halen).

Naarmate het uur van volle maan nadert, daalt er een stilte over de menigte en kijken allen uit naar het noordoosten. Bepaalde rituele bewegingen vinden plaats, waarbij de groepen van meesters en hun discipelen van alle rangen symbolische plaatsen innemen en op de vlakte in het dal betekenisvolle symbolen vormen, zoals de vijfpuntige ster met de Christus aan het hoogste punt staande of een driehoek met aan de top de Christus of een kruis of andere welbekende formaties die allen een machtige en diepe betekenis hebben. Dit alles wordt uitgevoerd op de klank van zekere gezongen woorden en esoterische zinnen; mantrams genoemd. De spanning in de wachtende en toeziende menigte wordt zeer groot en neemt voelbaar toe. Door de gehele menigte wordt de stimulering als een machtige trilling gevoeld, die als uitwerking heeft de zielen van de aanwezigen tot ontwaken te brengen waardoor de gehele groep aldaar tot één geheel wordt samengesmolten en vermengd en allen daarbij opheft tot de grote daad van ‘geestelijke bede, bereidheid en verwachting’. Het is de climax van de aspiratie der wereld die in deze wachtende groep is samengetrokken. De drie woorden: “bede, bereidheid en verwachting”, beschrijven het beste de atmosfeer die hen die in deze verborgen vallei aanwezig zijn, omringt.

Het gezang en het ritmisch bewegen worden sterker en alle deelnemers en toeziende menigte heffen hun blik naar de hemel in de richting van het nauwe deel van de vallei. Enkele minuten voor het juiste tijdstip van volle maan, wordt in de verte een kleine stip zichtbaar aan de hemel, die nader en nader komt en in helderheid en duidelijkheid toeneemt, totdat men de vorm van de Boeddha waarneemt, gezeten in boeddhahouding met gekruiste benen en gekleed in zijn saffraankleurig gewaad, badend in licht en kleur en zijn hand in zegening geheven. Wanneer hij op het punt komt precies boven de grote rots, in de lucht zwevend boven de hoofden van de Drie Grote Heren, wordt een grote mantram die slechts eens per jaar ten tijde van het feest gebruikt wordt door de Christus aangeheven en de gehele menigte in de vallei valt met het aangezicht ter aarde.

Deze Aanroep wekt een grote trilling van gedachtestroom op die zo machtig is dat zij van de groep aspiranten, discipelen en ingewijden die haar gebruiken rechtstreeks tot God opstijgt. Dit kenmerkt het verheven moment van intensief geestelijk streven gedurende het gehele jaar en de geestelijke belevendiging van de mensheid en de geestelijke gevolgen die blijven doorwerken gedurende de volgende maanden. De uitwerking van deze Grote Aanroep is universeel of kosmisch en dient om ons te verbinden met dat kosmische centrum van geestelijke kracht, vanwaar alle geschapen wezens zijn gekomen. De zegening wordt uitgestort en aan de Christus als vertegenwoordiger van de mensheid ter verdeling toevertrouwd.

Aldus komt de Boeddha eens per jaar terug om de wereld te zegenen en door middel van de Christus vernieuwd geestelijk leven over te brengen. Dan trekt de Boeddha zich langzaam in de verte terug tot opnieuw slechts een flauwe stip kan worden waargenomen aan de hemel en tenslotte verdwijnt. De gehele ceremoniële zegening, vanaf het eerste verschijnen tot aan het tijdstip dat de Boeddha uit het gezicht verdwijnt, duurt slechts acht minuten. Dit jaarlijks offer van de Boeddha voor de mensheid (want hij komt slechts terug ten koste van grote offers) is voorbij en hij keert weer terug naar die hoge plaats, waar hij werkt en wacht. Jaar na jaar komt hij terug om te zegenen, jaar na jaar vindt dezelfde ceremonie plaats, jaar na jaar werken Hij en zijn grote broeder “de Christus” ten nauwste samen voor het geestelijk welzijn van de mensheid. In deze twee Grote zonen Gods zijn twee aspecten van Goddelijk Leven samengetrokken en Zij werken samen als de bewaarders van de hoogste geestelijke kracht, waarop deze mensheid weerklank kan geven. Door de Boeddha wordt de Wijsheid Gods uitgestort, door de Christus wordt de Liefde Gods aan de mensheid geopenbaard en het is deze Wijsheid en deze Liefde, die bij iedere volle maan van mei over de mensheid wordt uitgestort.

Wanneer de Boeddha weer is verdwenen staat de menigte op. Het water in de schaal wordt in kleine proporties onder de meesters, ingewijden en discipelen verdeeld en daarop gaan zij weer naar hun plaats van dienst. De menigte die kleine bekers en watervaatjes heeft meegebracht, drinkt ervan en verdeelt het onder elkaar. In deze mooie ceremonie van watercommunie zien wij voor ons symbolisch bewaard een aanwijzing van het Nieuwe Tijdperk waarin wij ons nu bevinden; het Aquariustijdperk, het tijdperk van de Waterdrager. Het is het tijdperk van de mens die een kruik met water draagt, zoals Christus zeide in een episode die het avondmaal dat hij instelde voorafging. In deze ceremonie wordt voor ons het verhaal bestendigd van de universaliteit van Gods Liefde en dat wat allen toebehoort met allen te delen. Het water dat door de aanwezigheid van de Boeddha en de Christus is gemagnetiseerd, bevat bepaalde eigenschappen en krachten van genezende en helpende aard. Na op deze wijze te zijn gezegend, gaat de menigte in stilte uiteen. De meesters en discipelen keren met vernieuwde kracht terug om een nieuw jaar van werelddienst op zich te nemen.

Evolutie in het Wesak gebeuren

Bron: Alice Bailey -  Het naar buiten treden van de Geestelijke Hiërarchie par. 542

Er heeft echter in de geestelijke ontwikkeling van de mensheid zulk een grote vooruitgang plaatsgehad, dat de Boeddha Zijn taak niet langer behoeft voort te zetten, tenzij Hij zulks verkiest - en dan nog slechts gedurende een aantal jaren... Hij wil dit echter nog niet onmiddellijk doen. Hij zal nog enkele tientallen jaren met de Christus samenwerken om het contactkanaal tussen Shamballa, de Hiërarchie en de mensheid te verwijden. Daarna zal Hij "naar Zijn eigen plaats gaan" in de zonne-Hiërarchie en zal Hij de Himalaya's niet jaarlijks bezoeken, zoals zovele eeuwen lang Zijn gewoonte is geweest.  

 

Links & literatuur

Links

Boeken & On-line geschriften

 

 

Naar boven ••>