
Citaten
|
|
Wie kan de grens bepalen van stilte? Het juiste woord is moeilijk te vinden, maar nog moeilijker is de schoonheid van stilte. Bron: Helena Roerich - Agni Yoga par. 385 |
|
|
Ga geen discussies aan met onwetenden. Handhaaf duidelijk zwijgen als u onverantwoordelijkheid in uw gesprekspartner gewaar wordt. Bevestig uw eigen kennis door zwijgen. Laat andere lieden uw inzicht niet benevelen. Leer uw jonge vrienden te zwijgen, als er geen brug naar het bewustzijn is. Leer hen het zwaard slechts eenmaal te heffen, indien een pijl van belediging wordt afgeschoten. Bron: Helena Roerich - Nieuw Tijdperk Gemeenschap par. 255 |
|
|
Laat de mens daarom zijn fouten vergeten, en laat hem streven op het pad naar grotere Stilte en Zaligheid. De grote Stilte is als het gebulder van de oceaan en de stilte van een leeg huis. Bron: Helena Roerich - Bladeren uit de tuin van Morya I, par. 314 |
|
|
Maar wijd een tijd aan de stilte van de geest tijdens het bereiken van uw doel. Dan zal ik uw innerlijk wezen benaderen. Het zaad van de Grote Stilte leidt tot het weten van de Grote Dienst. Bron: Helena Roerich - Bladeren uit de tuin van Morya I, par. 314 |
![]()
Uit de Tao Te Ching - Tekens van leven: Nr 37
Rust en stilte vormen de basis,
toch wordt al het werk gedaan.
Als machthebbers dit begrijpen,
kan het leven zich in harmonie ontwikkelen.
Als het leven te rumoerig wordt,
zoek dan weer de staat van een onbewerkt blok hout,
de eenvoud van vormloze materie.
Zonder vorm is er geen verlangen.
Zonder verlangen is er rust.
Zo komt alles in orde.
Nieuwe verworvenheden zijn een teer plantje. Erover spreken zal ertoe leiden dat dit plantje vertrappelt wordt door diegenen die je niet begrijpen, en vinden dat je met het verkeerde bezig bent. Gun jezelf de tijd de verworvenheden te laten uitgroeien tot een krachtige boom, in wiens schaduw dezelfde anderen later vertroosting kunnen zoeken
Bron: Krishnamurti: Innerlijke eenvoud- commentaar op het leven, dl 3
Je geest was zich
bewust van de statige bomen, de rotsachtige heuvels, de dorpelingen en de wijde,
blauwe hemel, maar hij was ook in meditatie verzonken. Hij werd door geen enkele
gedachte verstoord. Er was geen spoor van herinnering, geen enkele inspanning om
iets vast te houden of je ergens tegen af te zetten en er was ook niets
toekomstigs dat bereikt moest worden. De geest nam alles in zich op, sneller dan
het oog en hield wat hij waarnam niet vast; de gebeurtenissen trokken
erdoorheen, zoals de wind door de takken van een boom trekt. Je hoorde het
gesprek achter je, je zag de ossenkar en de naderende vrachtwagen. Toch was je
geest volkomen stil; wat bewoog in die stilte was de impuls van een nieuw begin,
een nieuwe geboorte. Maar dit nieuwe begin zou nooit oud worden, het zou nooit
een gisteren en een morgen kennen. De geest ervoer het nieuwe niet, hij was zelf
het nieuwe. Hij kende geen continuďteit en daarom geen dood; hij was nieuw, niet
nieuw gemaakt. Het vuur kwam niet uit de sintels van gisteren.
De menselijke geest is alleen stil als hij overvloeit van energie, als hij
vervuld is van die aandacht waarin iedere tegenstrijdigheid, iedere begeerte die
de mens diverse richtingen op trekt, tot een einde is gekomen. De worsteling van
de begeerte om stil te zijn leidt niet tot stilte. Stilte is niet met een of
andere vorm van dwang te kopen, je krijgt haar niet als beloning voor
onderdrukking of zelfs sublimering. Maar de geest die niet stil is, is nooit
vrij, en alleen voor de stille geest gaat de hemel open. De zegening waar de
geest naar zoekt, is niet door zoeken te vinden en is ook niet een kwestie van
geloof. Alleen de geest die stil is, kan haar ontvangen, die zegening, waarover
geen kerk of geloof beschikt. Wil de geest stil zijn, dan moeten al zijn
onderlinge tegenstrijdigheden samenvloeien en wegsmelten in de vlam van het
inzicht. Een stille geest is niet een beschouwende geest. Beschouwingen
veronderstellen zowel iets dat wordt beschouwd als een beschouwer, een ervarend
'zelf', dat van het verleden vervuld is. De stille geest bevat geen kern die kan
worden, zijn of denken. Alle begeerte is tegenstrijdigheid, want iedere kern van
begeerte vindt een andere kern tegenover zich. Het stil zijn van de geest in
zijn totaliteit is meditatie.
Het is wonderlijk zoals de menselijke geest altijd vervuld is van eigen
gedachten, van kijken en luisteren. Hij is nooit echt leeg en als hij het soms
bij toeval lijkt, is hij alleen afwezig of dagdroomt hij. Hij kan vervuld zijn
van het verlangen leeg te zijn, maar hij is nooit leeg; en omdat hij zo totaal
van iets vervuld is kan hij geen kant op. Als hij zich er van bewust wordt dat
hij steeds ergens van vervuld is, probeert hij vrij te zijn, leeg te zijn. De
methode, de rust belovende praktijk, wordt de nieuwe vervulling voor de geest.
De geest is altijd wel vervuld van de een of andere gedachte - aan de zaak, aan
het gezin, of aan de toekomst. Hij is altijd vol, volgestopt met eigen
bedenksels of met die van anderen, hij is onafgebroken in beweging, al heeft dat
weinig te betekenen.
Bron: Helena Roerich - Agni Yoga par. 563
Eerst de storm, daarna de donder en dan de stilte. De stem van de stilte werd toegeschreven aan deze stilheid. Maar hoger dan deze stem bevindt zich een andere gemeenschap. U weet hoe de stem van de Leraar wordt overgebracht; maar er kan een samenkomen zijn in bewustzijn, waarbij geen woorden worden gebruikt, maar iemands bewustzijn ogenblikkelijk wordt overgedragen naar het bewustzijn van de Leraar. Men houdt bijna op met bewust te zijn van zichzelf; maar de Kelk wordt tot aan de rand gevuld met rechtstreekse kennis. Zo'n vereniging zal woorden te boven gaan, terwijl ze de rechtstreekse kennis voedt. Natuurlijk is het niet gemakkelijk om zo'n toestand te bereiken; maar met de verruiming van het bewustzijn komt het vanzelf, als het niet wordt verhindert door onwetendheid.
Links & literatuur
Links